Alles gaat voorbij

‘Vandaag’ zei de zwaan, ‘zal ik het hebben over voorbij’. ‘Alles gaat voorbij, wisten jullie dat?’ vroeg de zwaan. ‘Nee’ zeiden de mier en de eekhoorn. ‘Dat wisten wij niet’. ‘Ja’ zei de zwaan. ‘Noem maar iets op en dan zeg ik dat het voorbijgaat’. ‘De wilg,’ zei de mier. ‘Ja,’ zei de zwaan. ‘Het is goed dat je dat zegt, mier. De wilg gaat voorbij.’ ‘Waar gaat hij dan heen?’ vroeg de mier. ‘Ho ho’ zei de zwaan. ‘Daar hebben we het niet over. We hebben het over voorbij en niet over waarheen. Dat komt pas in de laatste les’. 
(bron: Misschien wisten zij alles, Toon Tellegen).

Weemoed

Zondagmorgen, het is iets voor half 10. Ik ga de deur uit om even te hardlopen en doe wat rek- en strekoefeningen. Rustig loop ik tussen flats door over het gras langs het water. Ik kan door het water heen kijken, zo helder is het. Ik hoor de kerkklokken, waarna het geluid afneemt en het stil wordt. Den Haag, even geen auto’s en bijna geen mensen. Ik loop voorbij de kerk en hoor gezang. Er bekruipt me een gevoel van weemoed over het voorbij gaan van de dingen. 
Een zondag, doet me denken aan familie, het gezinsleven. Mijmerend loop ik door en ik herinner ik me iets wat me verteld is. Als jong kind zat ik tussen mijn ouders in, in de kerk. Terwijl de andere mensen ademhaalden zong ik nog door. Ik glimlach. Waarschijnlijk is me dat snel afgeleerd. Ik ben de jongste en nakomer van 4 oudere zussen en een broer. Ik deed na wat ik zag. Na het eten werd er een stukje uit de bijbel gelezen. Ik wilde dan graag voorlezen en deed zoals ik de dominee zag doen. Ik keek plechtig en serieus de tafel rond.

Herkenning

Mijn vader overleed toen ik 19 was en ik denk aan mijn moeder. Ze is bijna 96 jaar en dementerend. Lichamelijk en geestelijk gaat ze achteruit. Als ik voor de Corona crisis op bezoek kwam zei ze: ‘Oh, geweldig, dat jij langskomt, dat had ik nóóit verwacht’. Ze kijkt blij en verrast. Later was ik blij met: ‘Wij horen bij elkaar toch’?
Ik voel tranen opkomen. Dankbaar, dat er herkenning is. Iets in haar weet, dat we bij elkaar horen maar in welke context, dat is het brein kwijt. Nu is de herkenning minimaal. De taal verdwijnt. Ik begin haar meer en meer kwijt te raken. Wat is er dan nog? Haar handen, zouden die het nog weten? 

Vaak pak ik haar handen even vast. Met mijn handen kan ik mijn gevoel uitdrukken, contact maken, aanraken. Het ziekteproces van mijn moeder verloopt traag. Elke keer neem ik afscheid van kleine stukjes. Hoe neem je afscheid van iemand die niet in staat is om te praten, te herinneren. Een pijnlijk proces van loslaten, terwijl ze er nog is. De pijn ligt ook in de eenzijdigheid van het afscheid. Ik weet niet hoe het is in die wereld, ik kan haar niet bereiken. Het zorgen wat ik graag deed en al jong op me genomen heb, kan niet meer ontvangen worden. Het lijkt niet meer van betekenis voor haar. Dit lange proces van afscheid nemen en hopen op, is onzeker en pijnlijk.

Troostend

Ik ben bijna thuis. Een oudere vrouw roept naar mij: ‘Nou, we kunnen er maar beter om lachen, want er zijn ergere dingen’. Ze heeft geen idee waar ik ben met mijn gedachten. Ik zeg: ‘ja’ zo is het en loop verder. Ik heb er mijn eigen gedachte over. Ja, humor helpt om de pijn en zwaarte te verlichten.

Op dinsdag bij de meditatie van Marianne Bentzen zegt zij: ` Deal with things that cannot be solved. There is no solution and finding the courage to see that’.

Deze zin voelt troostend en het maakt dat ik de pijn en het verlies er kan laten zijn.

Catharina